Meer informatie? Kom in contact.
-
-
Thijs de Booij
Algemeen directeur / eigenaar
+31 (0)6 34 49 38 48
thijs.de.booij@dwtm.nl
Met de recente Kamerbrief over de Nederlandse warmtetransitie benadrukt het kabinet dat collectieve warmte voor veel wijken een belangrijke route is naar een aardgasvrije toekomst. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de kosten voor individuele huishoudens, maar ook naar nationale systeemkosten, netcongestie en de robuustheid van het energiesysteem.
Veel van de onderwerpen uit de brief sluiten aan bij de inzet van de Warmtealliantie: meer ruimte voor warmtenetten in gemeentelijke warmteprogramma’s, betere ondersteuning van kwetsbare wijken, bundeling van subsidieregelingen en aandacht voor de maatschappelijke waarde van collectieve warmte.
De Kamerbrief bouwt daarnaast mede voort op onderzoek naar collectieve warmte en de Wet collectieve warmte, uitgevoerd door Greenvis en Fakton Energy Systems in opdracht van het ministerie van EZK. In dat onderzoek werd geconcludeerd dat collectieve warmte niet alleen een technisch vraagstuk is, maar ook vraagt om duidelijke keuzes op het gebied van financiering, publieke regie, risicodeling en uitvoeringskracht. Die analyse zien we op verschillende punten terug in de beleidsrichting die het kabinet nu schetst.
Tegelijkertijd laat de Kamerbrief zien dat er nog belangrijke stappen nodig zijn. De erkenning van collectieve warmte als essentieel onderdeel van de warmtetransitie is waardevol, maar publieke regie is nog niet hetzelfde als publiek leiderschap. In veel projecten bestaat nog steeds het bekende kip-ei-dilemma: zonder voldoende zekerheid geen investeringen, en zonder investeringen geen projecten die kunnen opschalen.
Ook blijven vragen over structurele financiering, investeringszekerheid en concrete middelen voor opschaling nog grotendeels open. Juist op die punten lopen gemeenten, warmtebedrijven en investeerders in de praktijk tegen grenzen aan.
Wat ons betreft ligt de volgende uitdaging daarom niet alleen bij gemeenten, maar ook bij partijen zoals EBN, netwerkbedrijven en de coöperatieve beweging, zoals Buurtwarmte. Meer eigenaarschap én leiderschap zijn nodig om de omschakeling naar collectieve warmte daadwerkelijk te versnellen.
De discussie verschuift daarmee steeds meer van de vraag óf collectieve warmte nodig is, naar de vraag hoe we de juiste financiële, bestuurlijke en organisatorische voorwaarden organiseren om warmtenetten op grote schaal mogelijk te maken.
De Kamerbrief is een belangrijke stap vooruit. Maar om de ambities waar te maken zijn aanvullende keuzes, structurele middelen en duidelijk leiderschap nodig.