Tweeluik: 1+1=3

Woningcorporaties als sleutelspeler in de warmtetransitie

Meer informatie? Kom in contact.

Woningcorporaties als sleutelspeler in de warmtetransitie

In ons werk hebben we veel te maken met woningcorporaties. Niet alleen als eigenaar van grote delen van de woningvoorraad, maar ook als vaste partner in werkgroepen en stakeholderoverleggen binnen gemeentelijke trajecten. Ze worden vaak gezien als de startmotor van de warmtetransitie: zeker bij collectieve oplossingen kunnen woningcorporaties met één besluit in één keer honderden of zelfs duizenden woningen meenemen.

Die positie brengt kansen met zich mee, maar ook scherpe randvoorwaarden. Dat merken we bijvoorbeeld in projecten waarin corporaties ondersteuning vragen om hun opgave inzichtelijk te maken. Zoals bij de scenariostudie voor de woningcorporaties in Haarlem: hoe faseren we eFG uit, welke routes richting aardgasvrij zijn realistisch, en wat betekenen die keuzes in tijd, geld en organisatie?

De wereld van Atriënsis

Aan de andere kant van de tafel staat Atriënsis: dé adviseur voor woningcorporaties. Door het hele land begeleidt Atriënsis corporaties bij strategische en uitvoerende vraagstukken. Steeds vaker gaat dat ook over projecten waarin huurwoningen worden aangesloten op een warmtenet.

Er was dus veel om van elkaar te leren. En dat deden we ook: wij gingen naar hen, zij kwamen naar ons.

Wat is de rol van woningcorporaties eigenlijk?

Tijdens een middag op onze campus doken we samen in een fundamentele vraag: wat is de rol van woningcorporaties in de warmtetransitie, en wat betekent dat voor hun positie aan tafel?

De kern is helder. Woningcorporaties zijn er om mensen met een laag inkomen betaalbare huisvesting te bieden. Huurprijzen zijn wettelijk gemaximeerd, waardoor er nauwelijks financiële ruimte is voor ‘extra’s’ — niet bij de corporatie, en niet bij de huurder. Tegelijkertijd is de opgave enorm: nieuwbouw realiseren tegen lage huren, bestaande woningen verduurzamen en voldoen aan nationale prestatieafspraken voor isolatie en aardgasvrij.

Alles kost geld. Structurele inkomsten komen vrijwel volledig uit huur. Structurele subsidies zijn er niet.

Waar het schuurt in projecten

Die realiteit wordt extra scherp in projecten waar corporatiebezit en particuliere woningen samen een warmteaanbod krijgen. Kostenverdeling ligt daar voortdurend onder het vergrootglas. Corporaties willen en kunnen niet meebetalen aan het betaalbaar maken van oplossingen voor particuliere woningeigenaren. Niet uit onwil, maar omdat hun financiële speelruimte dat simpelweg niet toestaat.

Betaalbaarheid is voor woningcorporaties geen randvoorwaarde. Het is de voorwaarde.

Dat zorgt soms voor stevige discussies — genoeg om een sessie (en de uitloop) te vullen.

Wat levert 1+1=3 op?

Na een middag vol discussie, uitleg en praktijkvoorbeelden was de opbrengst duidelijk:

  • een scherper beeld van elkaars werkveld en afwegingskaders;
  • concrete voorbeelden van afspraken over betaalbaarheid in warmteprojecten;
  • gedeelde uitgangspunten voor samenwerking tussen gemeente, woningcorporatie, warmtebedrijf en andere stakeholders, met oog voor particuliere woningeigenaren.

Twee werelden, elk met hun eigen logica, aan één tafel. En precies daar ontstaat de meerwaarde.

1+1 werd 3.