Stappenplan succesvol toegepast in 5 historische binnensteden

Hoe maak je een historisch centrum aangasvrij zonder de authenticiteit en identiteit van het stadscentrum te verliezen?

Meer informatie? Kom in contact.

Het aardgasvrij maken van een historisch stadscentra is een grote uitdaging voor veel gemeenten. De gebouwen zijn vaak monumentaal, de straten smal en de infrastructuur kwetsbaar. Bovendien zijn er commerciële en toeristische belangen die niet zomaar over het hoofd gezien kunnen worden. Toch moeten ook deze centra verduurzamen, en daar loopt men in veel gemeenten tegen dezelfde vraag aan: Hoe doe je dat zonder de authenticiteit en identiteit van het stadscentrum te verliezen? De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed herkende deze complexe situatie en vroeg ons om een handreiking te maken. Een document dat gemeenten helpt om passende oplossingen te vinden voor hun specifieke historische binnenstad.

Vanuit de historische binnenstad naar de toekomst: hoe de RCE gemeenten helpt bij de warmtetransitie

Wat doe je als je een wijk wilt verduurzamen, maar die wijk bestaat uit eeuwenoude gebouwen, smalle straatjes en een volle ondergrond? Dat was de vraag die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) wilde beantwoorden. Samen met Arcadis en De Groene Grachten ontwikkelden wij, DWTM, een methode om de mogelijkheden voor warmteoplossingen in historische binnensteden in kaart te brengen.

De methode is getest in vijf uiteenlopende steden: Bergen op Zoom, Hoorn, Kampen, Voorburg en Leeuwarden. De kernvraag hierin is: wat kan er wél?

Van methode naar praktijk in vijf steden

De in een pilot ontwikkelde methode is getest in vijf steden: Bergen op Zoom, Hoorn, Kampen, Leeuwarden en Voorburg. Stuk voor stuk historische binnensteden, maar elk met een eigen schaal, context en opgave.

Ruimtelijk haalbaarheid als vertrekpunt

De kern van de methode is een gefaseerde analyse die kijkt naar de ruimtelijke en technische inpassing van warmteoplossingen. Door de ruimte in straatprofielen en rond gebouwen in kaart te brengen, ontstaat inzicht in wat mogelijk is. Daarbij gebruiken we een stoplichtbenadering: groen betekent dat de oplossing goed inpasbaar is, oranje betekent extra inspanning en/of kosten en rood betekent dat het praktisch zeer lastig of niet haalbaar is. Als zowel warmtenetten als all-electric oplossingen niet mogelijk blijken, blijft groen gas over als terugvaloptie. Vanwege de onzekerheid in beschikbaarheid en prijsontwikkeling hiervan is de inzet zoveel mogelijk beperkt.

Lokale kennis maakt het verschil

“Hoorn was een hele fijne stad om mee samen te werken. De ambtenaren daar hadden de tijd en ruimte om het onderzoek goed te begeleiden en wisten hun collega’s op het juiste moment te betrekken. Alle experts die betrokken zijn bij de binnenstad zaten samen aan tafel om de methode te doorlopen en aan te scherpen met lokale kennis. Dat werkte heel goed, juist omdat iedereen de inhoud begreep én bereid was om echt mee te denken in de gezamenlijke uitdaging.

De samenwerking tussen verschillende disciplines binnen een gemeente is echt cruciaal: erfgoed, ondergrond, stedenbouw en warmtetransitie moeten samen optrekken om dit vraagstuk op te lossen. In Hoorn werkte dat heel goed en ik denk dat dat een mooi voorbeeld is hoe het in andere steden ook zou kunnen.”

Van inzicht naar regie

Wat levert dit gemeenten op? Een onderbouwde analyse die helpt om keuzes te maken en het gesprek aan te gaan met netbeheerders, mogelijke warmtebedrijven en gebouweigenaren. “Historische binnensteden zijn complex, en daarom worden ze in de warmtetransitie vaak uitgesteld. Veel gemeenten beginnen eerst in de wijken waar het makkelijker is. Maar juist door de beperkte ruimte, het intensieve gebruik en de lastige  inpassing, duurt het in binnensteden waarschijnlijk ook langer. Als je daarmee te laat begint, kom je in de knel en is spaarzame ruimte al vergeven. Het is daarom belangrijk om op tijd te starten — niet pas over vijf of tien jaar — want de uitdagingen worden alleen maar groter”, aldus Daniël.

Leren en door ontwikkelen

De methode blijkt breed toepasbaar voor historische binnensteden. Intussen bouwen we verder op deze aanpak, onder andere in Dordrecht, Hoorn en Haarlem. Daar analyseren we onder andere techno-economische scenario’s en ruimtelijke impact.

“Het is mooi om te zien dat de deelnemende steden dit onderzoek expliciet willen opnemen in hun warmteprogramma — als eerste stap richting een uitvoeringsplan voor het centrum.”