Warmteprogramma Bunnik onderbouwd met technisch-economische analyse

Voor de gemeente Bunnik hebben we een uitgebreide technisch-economische analyse uitgevoerd als onderbouwing voor het nieuwe warmteprogramma.

Meer informatie? Kom in contact.

Het warmteprogramma moet niet alleen richting geven aan de warmtetransitie, maar ook concrete keuzes bevatten voor aardgasvrije oplossingen, passend bij de lokale context van de drie dorpskernen: Bunnik, Odijk en Werkhoven.

Een gestructureerde aanpak

We hebben de warmtetransitie in Bunnik onderzocht via een gestructureerde aanpak:

Gebouwde omgeving in kaart: met isolatieprofielen, warmtevraag en dichtheid per gebouw en cluster.

Clustering en broninventarisatie: logische clusters gemaakt op basis van warmtevraag, bestaande plannen en natuurlijke grenzen. Belangrijke warmtebronnen zijn TEO uit de Kromme Rijn en TEA uit de RWZI.

Doorrekenen van scenario’s: zowel individuele als collectieve opties, inclusief varianten op temperatuurniveau, broncombinaties en isolatiestandaarden.

Afweging op basis van brede criteria: van nationale kosten en TCO tot CO₂-reductie, ruimtelijke impact, uitvoerbaarheid en koelingsmogelijkheden.

Verdieping op thema’s Op verzoek van de gemeente en stakeholders in de werksessies hebben we ingezoomd om ruimtelijke inpasbaarheid en betaalbaarheid voor bewoners en gebouweigenaren, om een zo goed mogelijk onderbouwde keuze te ondersteunen.

Warmteconcepten per cluster

Met de Greenvis Warmtetool hebben we per cluster zes warmteconcepten vergeleken. We rekenden op basis van nationale kosten én de kosten voor gebouweigenaren (TCO). We voerden gevoeligheidsanalyses uit op onder meer participatiegraad en energieprijzen. Waar cijfers niet genoeg waren, voegden we kwalitatieve criteria toe. Dit zorgde voor een transparante en gedragen afweging.

Een WAT-kaart met voorkeursoplossingen

Een nauwe samenwerking met de gemeente leverde een waardevol resultaat op van onze onderzoeken. De transparante afweging en de brede set criteria zorgen voor draagvlak en richting in de volgende stap: het opstellen van een gedragen en uitvoerbaar warmteprogramma.

Er kwamen twee duidelijke gebieden uit waar verder onderzoek naar collectieve warmteoplossingen interessant is. Dit is een concreet aangrijpingspunt  voor de uitvoeringsagenda van het warmteprogramma voor de komende jaren.

We namen expliciet de koelingsbehoefte mee in alle scenario’s, net als de effecten op ruimtegebruik binnen de woning, in de ondergrond en in de openbare ruimte. Dit gaf de gemeente en stakeholders beter zicht op de praktische uitvoerbaarheid van elke oplossing.

Als eindproduct leverden we een WAT-kaart met voorkeursoplossingen per cluster op. Deze vormt een belangrijk instrument voor het opstellen én onderbouwen van het warmteprogramma en de inzet van de aanwijsbevoegdheid onder de Wgiw. De resultaten zijn gepresenteerd voor de stakeholders binnen de gemeente, de wethouder en de gemeenteraad.